Mali kent tal van religieuze (christelijk en islamitisch) en nationale feestdagen. Belangrijke nationale en christelijke feestdagen zijn: Nieuwjaar (1 januari); Fête de l’Armée (20 januari); Pasen; Dag van de Arbeid (1 mei); Jour d’Afrique (25 mei); Onafhankelijkheidsdag (22 september); Kerstmis (25 december).
Daarnaast zijn er de islamitische feestdagen die meestal enkele dagen duren. Omdat de islamitische kalender is gebaseerd op het maanjaar, schuiven de feestdagen volgens onze telling ieder jaar tien a elf dagen naar voren. De grootste islamitische feesten zijn de ramadan (van 20 juli - 18 augustus 2012; 9 juli - 7 augustus 2013), het Suikerfeest (19 augustus 2012; 8 augustus 2013) en het Offerfeest (26 oktober 2012; 15 oktober 2013). Op deze dagen is vrijwel alles gesloten.
De ramadan is het belangrijkste islamitische feest. Het feest duurt de hele negende maand van het islamitische jaar en is de vastenmaand. Tijdens deze periode eten, drinken en roken moslims niet tussen zonsopgang en zonsondergang. Vasten is een van de belangrijkste plichten van een moslim. Het driedaagse suikerfeest, Eid al-Fitr, luidt het einde van de ramadan in. Het huis wordt nog een keer gepoetst en de mensen kleden zich zo mooi mogelijk. Iedereen gaat bij elkaar op bezoek om elkaar te feliciteren met een goed volbrachte vastenperiode. Ook de armen krijgen iets extra’s. Met het suikerfeest begint het bedevaartsseizoen naar Mekka.
Het offerfeest, Eid al-Adha, begint op de tiende dag van de laatste maand van het jaar. Ter herdenking van Abraham worden op die dag overal schapen geslacht. Abraham was immers bereid zijn zoon aan God te offeren, maar die verving de jongen op het laatste moment door een schaap.
Bijna elke stad of dorp heeft een jaarlijks festival, een traditionele viering, vaak van een aantal dagen, waarbij allerlei rituelen tot leven komen. Mocht je de kans krijgen zo’n festival bij te wonen, dan moet je dat zeker doen. Helaas is het moeilijk van te voren aan te geven welk festival wanneer plaats vindt. De planning gaat via de traditionele Afrikaanse tijdsrekening die afwijkt van de westerse zonnekalender.
Festival au Desert bij Timboektoe
Het Festival au Desert is een ultieme kans voor een intense kennismaking met de Toeareg, het indrukwekkende nomadenvolk van Mali. Er zijn kamelenraces, mensen in hun prachtigste outfits en uiteraard: muziek! Habib Koite, Salif Keita en Aramata Diakité zijn maar enkele van de fameuze West-Afrikaanse artiesten die in Essakane bij de legendarische stad Timboektoe regelmatig te bewonderen zijn. Een impressie van onze locale agente Simone Kamminga.
We zijn net aangekomen in Essakane, het is een prachtige dag vandaag. Het stof is opgetrokken en de lucht steekt helder blauw af tegen de spierwitte duinen van Essakane. Ik geloof niet dat ik ooit zand heb gezien dat zo wit is. Een prachtige setting voor het festival dat zich hier de komende drie dagen zal afspelen. We zijn een beetje vroeg en de opbouw van het terrein is nog in volle gang. Wat een organisatie zo’n groot festival midden in de woestijn.
Het is even zoeken naar degene die ons onze tenten moet toewijzen, onze gids houdt zich daar mee bezig. Ik loop wat rond en heb de kans om de kamelen die overal staan te herkauwen eens wat beter te bestuderen. Dan komt Oumar op me af. “Ik ben Oumar,” zegt hij. “Dat is mijn kameel. De beste die er is. Vorig jaar heeft hij de prijs gewonnen voor de mooiste kameel van het festival.” Wauw, ik heb er oog voor, ben gelijk op de prijswinnaar afgestapt. Oumar is een echte Toeareg en hij is in vol ornaat. Gehuld in witte en indigo gewaden en een indrukwekkende tulband, dat heet hier een cheche.
“Heb je al eens op een kameel gezeten?” vraagt Oumar. “Eh, nou, niet op zo’n mooie.” “Proberen?” Tien minuten later zit ik op de rug van de mooiste kameel van Timboektoe en omgeving. “Hoe heet deze kameel?” Oumar noemt een naam die ik al weer ben vergeten. Het betekent zoiets als Witte Kameel, maar zo heten alle witte kamelen. Ik doop hem Roi (koning). We maken een tochtje. Ik geniet! Er is geen ander landschap waar ik zo van houd als van de woestijn; de weidsheid, de verlatenheid.
Bij terugkomst wijst Oumar me een andere, veel kleinere kameel aan. “Dat is de winnaar van de kamelenrace van vorig jaar. De snelste kameel van Timboektoe en omgeving. Proberen?” “Uuh…..” Ik zie er maar vanaf, maar prent me de kameel goed in mijn geheugen. Hij heet vast Rode Kameel, kijken of hij morgen weer wint.
Terug op het festivalterrein hoor ik muziek. Het komt uit een grote nomadentent. Ik gluur naar binnen en wordt door een jongetje bij de hand gepakt en naar binnen getrokken. Vrouwen zitten in een groepje te zingen en muziek te maken. Ze spelen de Tindé, een trom die alleen door vrouwen wordt bespeeld. Het bestaat uit een kleine uitgeholde vijzel waarin ook het gierst wordt gestampt met daaroverheen een nat geitenvel. Tijdens het spelen moet het vel nat gehouden worden. De vrouwen sprenkelen er voortdurend water op uit een kalebas. Het is een bijzondere ervaring, de prachtig uitgedoste vrouwen, het opspattende water en de opzwepende muziek. ‘s Avonds blijken deze vrouwen ook op het podium te spelen, prachtig, maar ik koester de bijzondere, intieme sfeer van de muziek in de tent.
In de loop van de dag loopt het terrein vol. Heel veel toeristen natuurlijk, en buitenstaanders uit de Malinese steden, hoogwaardigheidbekleders die met veel tamtam arriveren, maar ook veel lokale bezoekers; niemand wil het festival missen. Wanneer het programma op het podium dan eindelijk begint, moeten we eerst een half uur luisteren naar speeches, reeksen belangrijke mannen (en welgeteld één vrouw) die met naam en toenaam genoemd worden; ik hoop dat ze niemand zijn vergeten te noemen, dat zou heel erg zijn. Dan, eindelijk de muziek!
Er zijn deze, en de twee volgende, avonden veel Malinese groepen en wat buitenlandse. Ik vind de Malinese muziek indrukwekkend. Ze hebben die Europese groepen echt niet nodig op dit festival. De muziek is gevarieerd en van heel hoog niveau. Een aantal van de groepen kende ik al wel, Habib Koite komt natuurlijk regelmatig naar Nederland. Hij speelt hier met de Desert Blues, een combinatie van groepen en stijlen uit alle uithoeken van Mali. Salif Keita is één van mijn favorieten, zijn muziek is bijzonder aanstekelijk en dansbaar, maar het leukste vind ik toch de lokale sterren. Aramata Diakité is een grote ster, maar niet in het buitenland. Ze komt uit het Wassoulougebied in het zuiden van Mali en zingt in de typische stijl uit dat gebied. Je ziet het verschil in reactie van het publiek. Salif Keita is ‘leuk’, maar bij Aramata gaan ze uit hun dak. Dit is een onderbuikgevoel, eeuwenoude geschiedenis, trots.
Ik slaap prima in de traditionele nomadentent die ons uiteindelijk is toegewezen. De volgende dag is er een belangrijk hoogtepunt. De sfeer wordt steeds opgewondener, mensen verzamelen zich op een bepaald punt. Ze staan in rijen langs een soort parcours en staren in de verte, langzaam doemt er een stofwolk op. De eerste kameel van de kamelenrace arriveert onder groot applaus. Ik kijk of ik hem herken, de snelste van vorig jaar. Is het Rode Kameel…, hij is wel rossig…? Geen idee, ik herken ‘m met geen mogelijkheid.
De laatste dag is de prijsuitreiking. Een heel spektakel, een serieuze aangelegenheid, iedereen in vol ornaat, muziek. De winnaars winnen een behoorlijk prijsbedrag, bovendien kan de waarde van een winnende kameel wel verdubbelen. Het was uiteindelijk niet Rode Kameel die had gewonnen en, helaas ook Roi niet, Gele Kameel kwam deze keer als eerste over de streep.
Dogon Festival
Jaarlijks wordt eind december in de Dogonvallei het “Dogon Festival” gevierd in het Malinese Bandiagara. Er worden spectaculaire maskerdansen uitgevoerd, ieder jaar presenteert een ander dorp zich met prachtige, handgemaakte maskers. Deze maskers stellen mythologische en mensenfiguren voor, maar vooral ook dieren zoals een haas, giraffe of antilope. De maskers worden niet op het hoofd vastgebonden, maar ze worden met een houten steeltje door de dansers tussen de tanden geklemd; een goed gebit is dus wel nodig.
Oorspronkelijk werden de maskers getoond aan een vrouw met de naam Satimbé, die bekend is geworden als "Zuster van Maskers." Zij had een ontmoeting met de geesten van de rimboe en bracht de maskers mee naar het dorp. De vrouwen gebruikten de maskers lange tijd om de mannen bang te maken, maar ze werden door de mannen afgepakt en die hebben nu het beheer over deze maskers. De vrouwen zijn volledig buitenspel gezet; ze mogen niet aan een maskerdans deelnemen.
De maskerdansen en hun rituele gebruiken worden uitgevoerd om de voorouders te eren, om hun hulp in te roepen, om een goede oogst te vragen…
Naast deze spectaculaire maskerdansen zijn er ook optredens van andere traditionele en eigentijdse muziek- en dansgroepen. Er zijn zoveel mogelijk van de vele Malinese bevolkingsgroepen vertegenwoordigd.
Al met al is het een leuk, kleinschalig en gemoedelijk festival.