Dag-tot-dag beschrijving
Dag 1: Aankomst Bamako
Je wordt opgewacht op het vliegveld en naar het hotel gebracht.Dag 2: Bamako
Het straatbeeld van Bamako wordt bepaald door ontelbare toeterende taxibusjes, geurende eetstalletjes op iedere hoek van de straat en een komen en gaan van mensen in prachtige kleurrijke gewaden. De aanwezigheid van imposante overheidsgebouwen, het station en het postkantoor, een duidelijke erfenis van het Franse koloniale verleden geeft de stad de typisch Afrikaanse sfeer. Centraal gelegen is de grote markt. In de nauwe straatjes kun je voor al je inkopen terecht. Een ogenschijnlijke chaos maar iedereen kent zijn plek. De moskee is de ontmoetingsplaats van gelovigen, bedelaars en verkopers van religieuze attributen. Dat het animisme een belangrijke plaats inneemt in het leven van alledag is duidelijk zichtbaar op de fetisjmarkt. Gedroogde salamanders, apenschedeltjes, fijngestampte kruiden en zeldzame stenen moeten een einde maken aan allerlei kwalen.& Een goed overzicht van Mali's cultureel erfgoed vind je in het Nationaal Museum. De vaste tentoonstelling neemt je mee langs prachtig bewaard gebleven maskers, sculpturen, textiel en aardewerk. Het museum is een pionier op het gebied van het terugvorderen van het geroofde cultureel erfgoed. In het piepkleine Musée de la Femme (Muso Kunda) kun je prachtige boubou's, pagnes, sierraden en haardrachten bewonderen, typerend voor de vele bevolkingsgroepen van het land. Je kunt in Bamako diverse workshops volgen. Kijk bij de bouwstenen.
Dag 3: Bamako - Ségou
Ségou is een décor van stoffige straatjes, talrijke ezelskarren en plaatselijke markten waaronder die van het aardewerk. Vrouwen uit omringende dorpen brengen hun potten en schalen naar Ségou waar het voor een habbekrats verkocht wordt. Het is de stad van de Bambara, van oorsprong landbouwers. De Djoliba zoals de Niger hier wordt genoemd, speelt een belangrijke plaats in het leven van de bevolking. Vrouwen doen er de vaat, herders wassen er hun schapen, de trotse bezitter van een brommer geeft hem hier een goede schoonmaakbeurt, kinderen spelen er in het water. Aan de oevers hebben de Bozo en de Somono zich geïnstalleerd. Hun bestaan is gebaseerd op vis en visvangst. Overdag repareren de mannen hun netten en boten, visfuiken worden uitgezet. De vrouwen maken visvoer en assisteren hun mannen tijdens de visvangst. Een bezoek aan een van de vissersdorpjes geeft je een goeie indruk van het leven van alle dag. Dobberend op het water zie je de zon ondergaan in de Djoliba, een prachtig plaatje dat je nog lang zal bijblijven.
Dag 4: Ségou
Bij de bouwstenen vind je een excursie naar het pottenbakkersdorp Kalabougou. Je bent dan in totaal zo’n drie uur onderweg inclusief het prachtige boottochtje en een bezoek aan het dorp met uitleg over het bakken van de potten. Als je op zondag bent, dan kun je zien hoe de potten gebakken worden die op maandag op de markt verkocht worden.
Dag 5: Ségou - Sevaré
In ongeveer zes uur rijd je van Ségou naar Sevaré. Naarmate je richting het noorden reist verandert de omgeving. De rode aarde maakt plaats voor grijze leem, termietenheuvels en baobabs vormen een fraaie decoratie in het leger wordende landschap. Je komt van het subtropisch gebied weer terecht in de zone van de veel drogere Sahel. Je doorkruist het gebied van de Bobo, landbouwers en meesters in traditionele geneeswijzen. Tijdens een bezoek aan een van de dorpen kun je een blik werpen in hun graanschuren versierd met prachtige geometrische motieven. Eenmaal per week, tijdens de marktdag bevindt het dorp zich in het dranklokaal waar onder het genot van kalebasjes met plaatselijk gebrouwen gierstebier de laatste nieuwtjes uitgewisseld worden. Je overnacht in een rustig hotel in Sevaré.
Dag 6: Sevaré - Pays Dogón
Je reist naar het fascinerende woongebied van de Dogón. Na zo’n 2 ½ uur kom je aan bij het beginpunt van de trektocht. Het hart van de Dogónvallei vormt de Falaise van Bandiagara, een tweehonderd kilometer lange rotswand die zo'n driehonderd meter hoog uit het landschap oprijst. De komende dagen maak je kennis met de Dogón en hun rijke cultuur. Onder begeleiding van een lokale gids bezoek je o.a. heilige fetisjen, offerplaatsen, begraafplaatsen, vergaderhuisjes (Toguna's) voor de oude mannen, en wordt je gewezen op de talrijke Tellemwoningen. De Tellem waren een volk die dit gebied bewoonden, voordat de Dogón hier neerstreken, ergens in de veertiende of vijftiende eeuw. De Tellem leefden hoog in de rotswand. Je ziet nog de kleine woningen. Ook de Dogón gebruikten de Falaise, en begroeven hun doden hoog in de rotswanden. Een gebruik dat nu nog zeer zelden voorkomt. Als je die graven nu ziet, verwonder je je hoe ze dat ooit klaargespeeld hebben. De gids, altijd een Dogón, vertelt veel over boeiende tradities, gewoonten en rituelen van zijn volk. Van huis uit zijn de Dogón animistisch, maar steeds meer van hen bekeren zich tot het Christendom, maar vooral de Islam. Desalniettemin zijn er vele animistische rituelen en tradities die voortbestaan. Je komt dat volop tegen. Alle dorpen hebben ook hun eigen maskerdansen, waarin ze de ontstaansgeschiedenis van hun volk uitbeelden. Als je wilt regelt de gids een voorstelling voor je Je loopt van dorpje naar dorpje, ongeveer acht tot zestien kilometer per dag. Afhankelijk van welk traject je loopt, ga je één of twee keer de Falaise op en af. Aangezien je het grootste deel van je bagage in Sevaré achterlaat hoef je tijdens de trek alleen je dagrugzakje te dragen. De rest van de bagage wordt met ezelskarren vervoerd, of door dragers naar het volgende dorp gebracht. Afhankelijk van jouw wensen en de praktische mogelijkheden wordt de hele wandeling 's ochtends in alle vroegte afgelegd, zodat je voor de hitte losbarst in de volgende overnachtingplaats bent, of wordt er iets later vertrokken, onderweg een uitgebreide siësta gehouden, en 's middags een laatste stuk naar de plaats van bestemming gelopen Je overnacht buiten op de daken of in de huisjes van de speciaal voor toeristen gebouwde kampementen. Voor wie dat wil zijn er meestal ook wel een paar kamers beschikbaar, maar dat is 's nachts wel een stuk warmer. Wat is er avontuurlijker dan te slapen onder een schitterende sterrenhemel en wakker te worden door balkende ezels, graanstampende vrouwen en kraaiende hanen? Op de daken zijn meestal voorzieningen getroffen zodat je je klamboe kunt ophangen. Elektriciteit en stromend water is er niet; je kunt je wassen in een apart hokje met een emmer water, de wc bestaat uit een ommuurd gat in de grond. Tijdens de trekking wordt er voor je gekookt. Gezien het feit dat alles te voet of per ezelkar moet worden aangevoerd in dit gebied, spreekt het vanzelf dat de maaltijden eenvoudig, maar wel voedzaam zullen zijn Het toerisme in de Dogónvallei is redelijk gereguleerd. In ieder dorpje wordt belasting betaald, die ten goede komt aan de gemeenschap. In ieder dorp wordt ook respect betuigd aan de Chef de Village, meestal door een schenking van kolanoten, zoals de lokale traditie dat voorschrijft. De lokale gids zorgt dat dit allemaal in goede banen wordt geleid. We vragen je dan ook je te houden aan de gedragsregels die hij je geeft, want die zijn erop gericht de lokale samenleving zo min mogelijk te verstoren.
Dag 7: Pays Dogón
Dag 8: Pays Dogón
Dag 9: Pays Dogón - Djenné
Je rijdt in zo’n zes uur van de Dogónvallei naar Djenné en steekt met het pontje de Bani over voordat je arriveert in één van de mooiste steden van Afrika bekend om haar Soedanese architectuur. Op maandag is het hier marktdag. Het is een kleurrijk spektakel met als decor de lemen moskee, die het silhouet van de stad domineert, het middelpunt van de stad. De in- en uittocht van de markt is een fraai schouwspel van paarden- en ossenkarren beladen met mannen, vrouwen en kinderen in hun meest prachtige en kleurrijke kleding, met ingenieuze kapsels en bijzondere sierraden. De markt is een bont spektakel van kraampjes, handelswaar en heel veel mensen. Iedere bevolkingsgroep heeft er zijn eigen plaats: Bozovrouwen verkopen vis, de Peul melkproducten en de Dogón uien. Het is een drukte van jewelste, de markt is immers ook een ontmoetingsplaats om de laatste nieuwtjes te horen.
Nadeel is wel dat de hotels in Djenné vaak volgeboekt zijn op zondag en maandag. Een bezoek op vrijdag is ook heel bijzonder, dan gaat iedereen in zijn mooiste gewaden naar de moskee. Een wandeling door de nauwe, sfeervolle straatjes is een must voor de architectuurliefhebber. Hier kun je de ingenieus gebouwde huizen versierd met Marokkaanse vensters bewonderen. Niet voor niets heeft de Unesco de stad op de wereldmonumentenlijst geplaatst. Dat Djenné van oudsher een grote bekendheid heeft als religieus centrum merk je aan de vele koranschooltjes die de stad rijk is. Vanuit de voorportalen hoor je het gemurmel van leerlingen die onder toezicht van een marabout de koran uit hun hoofd leren. Daarnaast kun je een blik werpen in verschillende kleine ambachtswerkplaatsen: mandenvlechters, zilversmeden, leerbewerkers, borduurders die de economische activiteiten van de stad typeren, een boeiend tafereel.
Wil je wat meer weten over de geschiedenis van Djenné-Djeno, het oude Djenné, breng dan een bezoek aan de Mission Culturelle. Aan de hand van foto's en objecten word je mee de geschiedenis ingenomen.
Dag 10: Djenné
Je kunt per ezel- of paardenkar een Peul,- en Bozodorp in de omgeving te bezoeken. Zie hiervoor de bouwstenen.
Dag 11: Djenné - Mopti
Je steekt het pontje weer over en rijdt in ongeveer drie uur naar Mopti.
Dag 12: Mopti
Mopti ligt aan een samenloop van twee rivieren, de Niger en de Bani. De havenstad vormt een belangrijke schakel in de handel tussen noord en zuid. Tijdens een wandeling langs de haven kijk je je ogen uit. Je passeert de scheepswerf waar pinasses, gemotoriseerde houten boten, uit enorme planken kunstig worden vervaardigd. In de haven zie je hoe de pinasses langzaam maar zeker volgeladen worden met koopwaar en met passagiers. Als je ze zwaarbeladen ziet wegvaren hoop je maar dat het goed gaat. Aan de kades staat alle mogelijk koopwaar opgestapeld. De Touareg, de blauwe mannen uit de Sahara verkopen er hun zoutplaten. Voor gerookte visjes kun je terecht bij de Bozo. Uit het noorden komen de fraai gevlochten matten en manden. Bar Bozo is een ideale plek om de bedrijvigheid in de haven eens goed te aanschouwen. Het begin van de oude stad wordt gemarkeerd door de opvallende Komoguelmoskee, gebouwd in Soedanese stijl. Momenteel is de restauratie daarvan in volle gang. Al dwalend door de oude stad loop je langs prachtige uit leem opgetrokken huizen vaak met meerdere verdiepingen. Een blik in het voorportaal verraadt het beroep van de huiseigenaar: de smid, de leerbewerker, de kleermaker, de pottenbakster, ze hebben allemaal hun werkplaats aan huis. Hier kun je kennismaken met een eeuwenoude manier van werken die vaak overgedragen wordt van vader op zoon en moeder op dochter.Dag 13: Mopti - Bamako
Vandaag heb je een lange rit voor de boeg. In acht tot negen uur rijd je terug naar Bamako.
Dag 14: Vertrek Bamako
Je hebt hier de dag nog tot je beschikking waar je nog een laatste blik op de markt kunt werpen, souvenirs kunt kopen, onder het genot van een drankje nog even kunt genieten van het prachtige, kleurrijke en gemoedelijke Afrikaanse leven, of bijkomen aan de rand van het zwembad. Aan het eind van de avond stap je op het vliegtuig dat je weer naar Amsterdam zal brengen.
Dag 15: Aankomst Amsterdam