De Braziliaanse keuken is een weerspiegeling van culturen die het land rijk is.
Het ontbijt is meestal vrij uitgebreid, met koffie, broodjes, beleg, cake en soms zelfs taart. Dit alles gaat vergezeld van vers fruit en vruchtensappen, suco’s. Een basismaaltijd voor de Brazilianen is opgebouwd rond arroz (witte rijst), feijão (zwarte bonen) en farofel (maniokmeel). Je kunt er dan vlees (carne), kip (galinha) of vis (peixe) bij krijgen. Andere eenvoudige gerechten zijn churrasco (geroosterd vlees), feijoada (een stoofschotel van bonen en meerdere soorten vlees) en carne do sol (gedroogd vlees met uien). Brazilië kent veel regionale keukens. In het noordoosten van Brazilië moet je beslist moqueca proberen, een schotel van vis, garnalen of vlees bereid met palmolie (dendê). In Minas Gerais voeren varkensvlees, kool (couve) en tutú (bonenpasta) de boventoon. Comida gaúcha in het zuiden bestaat uit simpelweg veel vlees. In Bahia is het eten een mengelmoes van Afrikaanse, Portugese en Indiaanse invloeden, met geurige ingrediënten als palmolie, vis en kokosmelk.
Er wordt twee keer per dag warm gegeten, waarbij de lunch (almoço) de belangrijkste maaltijd van de dag is. De restaurants die ‘comida por quilo’ aanbieden, zijn een uitkomst. Een rijkelijk gevuld zelfbedieningsbuffet biedt iedereen, ook vegetariërs, voldoende keuze voor een heerlijke maaltijd. Je betaalt voor wat is opgeschept: het eten wordt gewogen. In de grote steden zijn overal restaurants met een internationale keuken te vinden zoals Italiaans, Frans, Chinees of Japans. De prijzen in een á la carte restaurant liggen vrij hoog, maar de porties zijn meestal enorm en voldoende voor twee personen. Lanchonetes (snackbars) hebben een keur aan salgados (gefrituurde tussendoortjes), zoals aardappeldeeg broodjes met kip (coxinha) of vlees (risolles), pão de quejo (kaasbroodje), Arabische pasteitjes zoals kibe en esfiha, en pasteis de bacalhau, Portugese pasteitjes met gedroogde kabeljauw. In Salvador is de specialiteit acarajé, een gefrituurd bol broodje van geraspte bonen en uien, gevuld met garnalen, stukjes tomaat en een pikante pepersaus.
Brazilianen nemen hun koffie sterk, heet en zoet. Ze noemen het ‘cafezinho’ en het wordt geserveerd in kleine kopjes, zonder melk en met veel suiker. Als je niet van suiker houdt, kun je op zoek gaan naar een plaats waar ze ‘espresso’ serveren. ‘Café com leite’ is koffie met hete melk, die hoofdzakelijk bij het ontbijt wordt gedronken. Thee (chá) wordt veel minder gedronken in dit land. Echte theedrinkers raden we aan een pakje thee mee te nemen zodat je misschien heet water kunt bestellen en zo je eigen thee kunt zetten.
Overheerlijk zijn de sappen (sucos), gemaakt van exotische vruchten zoals abacaxi (ananas), açaí (vrucht van de açaí palmboom), bacaba (vrucht uit de Amazone), manga (mango), maracujá (passievrucht) en goiaba (guava). De nationale prikkellimonade is Guaraná, gemaakt van de bes van een Amazoneplant. Erg populair, is het drinken van Vitaminas, een milkshake met vers vruchtensap. Als je geen suiker en ijsklontjes in je sapje zeg je: sem açúcar e gelo of naturel. Wijn wordt nauwelijks gedronken, hoewel het in Brazilië wel wordt verbouwd. Populairder zijn bier (cerveja) en caipirinha, een cocktail van cachaça (sterke alcoholische drank gedestilleerd uit suikerriet), citroen, suiker en verkruimelde ijsblokjes. Frisdranken kun je overal kopen. Ze zijn goedkoper dan mineraalwater. Het water uit de kraan is niet te drinken. Flessen gezuiverd drinkwater kun je bijna overal kopen, zonder prik (sem gás) of met prik (com gás).