Op reis met...

Het verhaal van de weg naar Bonampak

De Lacandones woonden in het oerwoud. De mannen droegen witte jurken, en hielden hun haren lang. De vrouwen hadden ook lange haren maar hun jurken waren gemaakt van bloemetjesstof. Er was een klein hutje – palapa - een soort winkeltje. Er kwamen wel mensen -toeristen- die naar Bonampak wilden, maar dat waren er niet zo veel. Ze werden dan afgezet bij de palapa en een Lacandon-gids ging ze voor door de jungle. Bij de ruines gekomen kregen ze een uurtje de tijd om de prachtige felblauw en rode schilderingen van de Maya voorouders te bekijken en de meegebrachte lunch van koude aardappel met kip op te eten. Het was een heel eind lopen en heen en terug duurde de gehele dag. Vooral als het geregend had was er veel modder -lodo- en was het lastig lopen. Vaak haakten de vrouwen halverwege af en bereikten alleen de mannen Bonampak. Op een dag was er een groepje met daarin een Duitser. Op de terugweg riep hij de gids: ‘Hee wacht, mijn schoen zit vast in de modder!’ De gids kwam kijken en zag heel de schoen van de Duitser niet meer. Hij zocht en zocht, met zijn armen tot diep in de modder, maar de schoen bleef onvindbaar. Na een halfuur gaven ze het op en de Duitser kwam de jungle uit op één schoen. Het was al donker geworden dus bleef hij maar slapen bij de Lacandones, in een hangmat bij de palapa.

De Lacandones vonden het maar niets zo, om op deze manier met de toeristen naar Bonampak te moeten lopen, en besloten dat ze een weg wilden hebben. Ze schreven een brief aan de regering, met de vraag of die voor een weg kon zorgen. Maar ze kregen nooit een antwoord op hun brief.

Drie jaar later was er een andere regering en probeerden ze het opnieuw. Deze keer ging het beter: de gouverneur kwam zelfs kijken. Hij wandelde twee kilometer door de jungle en concludeerde dat een weg wel handig zou zijn. Drie maanden later kwamen grote machines en werd de weg aangelegd door de jungle naar Bonampak. Het was een groot succes. Er kwamen veel busjes met toeristen uit Palenque, en de Lacandones konden wat verdienen door souvenirs te verkopen.

Op een dag stonden er echter opeens twee grote palen naast de weg met een dikke ketting ertussen die dwars over de weg gespannen was. Niemand kon er meer door. De Lacandones snapten er niets van waar die ketting opeens vandaan kwam. Bovendien kregen ze ruzie met de chauffeurs van de toeristenbusjes: die dachten namelijk dat de Lacandones de ketting hadden gespannen. Op deze manier kon niemand het mooie Bonampak meer bekijken, dus besloten de Lacandones een afvaardiging naar Mexico Stad te sturen. Ze legden geld bijeen voor de reis en kozen drie Lacandones uit die hen moesten vertegenwoordigen. Ook Don Margarito werd gekozen, dus ja als ze je kiezen, nou dan ga je!

In Mexico Stad gingen ze naar het ministerie van milieu en het INE om te vragen hoe het zat. Ze kregen te horen dat de ketting er lag omdat er overal afval langs de weg terecht kwam en niemand het opruimde. Ze vonden het maar raar dat die ketting er zomaar neergelegd was, en dat er niet bij verteld werd waarom die er zomaar opeens lag. Vervolgens deden de Lacandones een voorstel: zij zouden ervoor zorgen dat het afval opgeruimd zou worden. Het ministerie ging akkoord, maar tegelijkertijd werd er aan getwijfeld of de hele Lacandongemeenschap er wel achter stond. Als ze over een dag of 20, vijftien Lacandones in Palenque konden krijgen die achter het voorstel stonden dan zou het op die manier gedaan worden. Het ministerie zou wel zorgen voor vervoer en eten naar / in Palenque.

25 dagen later verzamelden de Lacandones zich in hotel Maya Tulipanes in Palenque, en met de minister werd een akkoord gesloten. Omdat de Lacandones geen geld hadden kregen ze 30 fietsen. Ook kregen ze een vrachtwagen zodat voortaan de Lacandones de toeristen naar Bonampak konden vervoeren. In het begin was het wel lastig, omdat de Lacandones niet gewend waren om dit soort werk te doen. Sommigen probeerden het maar wilden daarna toch niet meer. Anderen waren te lui. Maar iedereen was vrij om mee te doen – of niet.

Op gegeven moment werd een coöperatie opgericht en iedereen die wilde kon meedoen. Al snel kwam er ook een taakverdeling. De één wilde het liefst kaartjes verkopen, de ander wilde liever toeristen naar de ruines rijden. Zo kon iedereen zijn ding doen. Er waren 15 jongeren die graag gids wilden worden. Zij kregen een opleiding en acht van hen maakten de opleiding ook af. Zij zijn momenteel nog steeds gids op Bonampak.

Er kwam ook iemand uit Tuxla Gutierrez om te helpen de coöperatie op te zetten. Maar dat was geen succes. De Lacandones wilden niemand van buiten er bij hebben, ze wilden het zelf doen. Na drie maanden vertrok deze persoon weer. Ondertussen had hij wel een soort van overnachtingsplek / palapa gebouwd. De leider van de coöperatie had goed toegekeken en bouwde nog meer van deze palapa’s. Hier kon je in een hangmat overnachten. Een wc was er niet, je kreeg een schop mee en er werd je gewezen waar je in de jungle je behoefte kon doen.

Het voordeel van de coöperatie was dat de Lacandones nu een gezamenlijk doel hadden, en onderling minder ruzie maakten en vochten. Nog later werd er met geld van het ministerie van turismo een paar onderkomens gebouwd. Eenvoudige houten kamers, vijf naast elkaar, met een bed, een ventilator en een lamp in elke kamer. Elektriciteit was intussen ook aangelegd. Ook deze kamers staan er nog steeds en ze worden veel gebruikt. Er is een gezamenlijke douche en wc. Ondertussen zijn er nog luxere cabañas gebouwd, heel ruim en van steen, met eigen douche en toilet. Een overnachting kost hier ca. 3x zoveel als in de eenvoudigere cabañas.

Een aantal campamentos (kleine leefgemeenschap van Lacandones) begon enthousiast met de bouw van de cabañas. Er staan er nu heel wat, met dezelfde bouw en dezelfde prijzen. Er zijn echter maar vijf campamentos die ook eten serveren. Eigenlijk een must want behalve een paar kleine winkeltjes is er hier niets. Elk agentschap in Palenque werkt met zijn eigen campamento, maar als er een keer eentje vol is wordt er wel uitgewisseld.

In het hoogseizoen zijn alle kamers bezet en is het een drukte van belang. De eetzaal zit dan meer dan vol. De Lacandones nemen de mensen mee in hun busjes naar de ruines van Bonampak. Je kunt daar een jonge gids huren, als je nu weet dat je daarmee de Lacandon gemeenschap verder helpt zal je dat misschien eerder doen. Ze hebben ervoor gestudeerd en ze vonden het de moeite waard om te blijven, ze maken deel uit van de coöperatie.

Ergens in de loop van dit verhaal zijn de lange witten gewaden van vroeger verdwenen, alleen de ouderen dragen ze en een enkele jongere. Wel heeft de leider van de coöperatie zijn witte jurk nog in de kast hangen. Hij trekt hem graag aan tegen zonsondergang, dat is lekker luchtig. De jongeren vinden dat maar niks want dan prikken de muggen zo in de benen.

Zoals verteld door Don Margarito
Opgetekend door Anneke Lubbers
Reisadviseur Koning Aap Individueel

  • Klik hier voor meer informatie over onze individuele arrangementen naar Mexico en Mayaroute.